Achtergrondverhaal: "De kist op de gang"

Het achtste en laatste verhaal, dit keer over een kerk die dit jaar helaas niet mee kan doen met het festival in verband met verbouwingen... maak kennis met Marthin Salakory van de Molukse Kerk van Appingedam.

Achtergrondverhaal:

In de voorbereidingen van het festival ontmoeten we vaak bijzondere personen: de mensen die de zorg voor de eeuwenoude kerken op zich hebben genomen met liefde en toewijding. Zij kennen ‘hun’ kerken van binnen en van buiten en kunnen er prachtig over vertellen. Annejet Fransen, geschiedenisstudent met een zwak voor verhalen uit Groningen, nam het initiatief om deze vertellingen op te schrijven. In een reeks van acht afleveringen krijg je een kijkje in het leven van kerkbeheerders.

---

De Molukse Kerk van Appingedam is het jongste rijksmonument van de Stichting Oude Groninger Kerken, jonger zelfs dan veel van haar bezoekers. In 1960 werd het kerkje gebouwd, als tijdelijke voorziening niet berekend op de eeuwigheid zoals haar middeleeuwse zusters. Maar de Eben Haëzerkerk is er, net als haar kerkgangers, nog steeds.

Het verhaal van de Molukkers in Nederland is lang niet bij iedereen bekend. Door henzelf wordt het juist keer op keer verteld en doorgegeven. Want hoewel velen er nog niet over uit zijn waar ze thuis horen, weten ze wel degelijk waar ze vandaan komen. Kerkenraadslid Marthin Salakory legt het nogmaals uit: “Het KNIL, dat was het Koninklijk Nederlandsch-Indisch Leger. Het Molukse onderdeel daarvan bestond in de eerste helft van de twintigste eeuw uit vierduizend beroepsmilitairen. Die vochten voor de rood-wit-blauwen, zei men toen.”

Na de Tweede Wereldoorlog begon Indonesië haar strijd tegen de koloniale overheersing waartegen ook het KNIL door de Nederlandse overheid werd ingezet. Toen Indonesië in 1949 onafhankelijk werd hadden de Molukse soldaten een probleem. Een reële kans op vergeldingen maakte het hun onmogelijk om in de archipel te blijven. De regering erkende dit maar zag geen betere oplossing dan een tijdelijke: alle Molukse KNIL-soldaten moesten per dienstbevel met hun gezinnen naar Nederland. “Op de boten werden ze uit hun dienst ontheven. Alles wat ze verbond met Nederland, hun militair-zijn, werd hun afhandig gemaakt.”

De tijdelijke oplossing duurde langer dan gedacht. De Nederlandse regering had niet de macht, noch enige stok achter de deur om een onafhankelijke Molukse staat voor de ontheemden af te dwingen. Maanden werden jaren, barakken werden huizen. Salakory: “Mijn vader had lang zijn scheepskist in de gang van ons huis staan. Die zat volgepakt met allerlei spullen die mee moesten, als we weer terug zouden gaan. Uiteindelijk verhuisde de kist van de gang naar de zolder, maar hij is er nog steeds. Al die ouderen van de eerste generatie hebben zo’n kist nog.”

Na jaren van onzekerheid is het nu wel duidelijk dat het verblijf van het Molukse volksdeel in Nederland permanente trekken heeft aangenomen, hoewel het verlangen naar de Molukken nog niet verdwenen is: “Ook de huidige jonge generatie heeft nog altijd die belofte in de harten meegenomen, om terug te gaan naar een onafhankelijke Molukse staat”, zegt Marthin Salakory.

Helaas kwamen met de vestiging in Groningen ook de Groningse problemen: aardbevingen. De huidige restauraties aan het gebouw moesten een jaar worden uitgesteld om alles bevingbestendig te maken. Nog steeds biedt de kerk daarom een triest aanzicht van afgebladderde verf en bouwhekken, en komen de Molukkers tegenwoordig samen in de Franse School naast de Nicolaïkerk. Weer een tijdelijke oplossing, maar ditmaal met concreet uitzicht op verbetering: er zijn uitgebreide plannen. De Eben Haëzerkerk is namelijk de oudste Molukse kerk van Nederland. Andere zogeheten ‘semi-permanente’ kerken zijn inmiddels afgebroken. “Het is een mooi gebouw, voor de toekomst bewaard”, zegt meneer Salakory met veel genegenheid. “Molukkers uit heel Nederland kunnen hier naartoe komen om te zien hoe het vroeger was, hoe zij het vroeger ook hadden.” Tegelijkertijd wordt de taak van het godshuis verbreed om het een multifunctionele locatie voor de Molukse gemeenschap in Appingedam te maken. Dat betekent ruimte voor koken, samenkomen, buurtactiviteiten en een digitaal museumpje over de Molukse geschiedenis. “Het is een symbool van onze gemeenschap”, aldus Salakory.

In het kerkgebouw komen twee Molukse kerkgemeentes samen: de Hervormde en de Evangelische kerk. “We behouden allebei onze eigen identiteit”, zegt Salakory. “Elke zondag wordt er wel een gospelliedje gespeeld en we prijzen de Heer met gitaren en zang. Er zijn wel verschillen, maar bij zo’n kleine gemeente gaat dat goed.” Zo zijn de Molukkers het volgens hem gewend. “We wonen door het hele land verspreid, maar de saamhorigheid is nog steeds groot. Lief en leed wordt samen gedragen en als er bijvoorbeeld iemand overlijdt komen er mensen uit heel Nederland. Dat is nu eenmaal zo, we maken veel kilometers.”

Het doet denken aan de Groningse plattelandscultuur van noaberschap, maar dan grootser aangepakt. Het is wat Marthin Salakory het liefst is aan zijn gemeenschap. “Bij een belijdenis, of een minder leuke gebeurtenis, is de hele kerk vol. Er staan zelfs mensen buiten. Wanneer er dan een enorme stilte heerst, of er gezongen wordt, dan word je meegedragen. Je voelt je thuis.”

Tekst: Annejet Fransen
Beeld: Nico Schutte

Op de foto's ook meneer en mevrouw Ferdinandus, kerkenraadsleden.