Achtergrondverhaal: "Een erfenis van generaties"

Het derde verhaal: maak kennis met Jan en Gea Kolk van de Nicolaïkerk in Appingedam.

Achtergrondverhaal:

In de voorbereidingen van het festival ontmoeten we vaak bijzondere personen: de mensen die de zorg voor de eeuwenoude kerken op zich hebben genomen met liefde en toewijding. Zij kennen ‘hun’ kerken van binnen en van buiten en kunnen er prachtig over vertellen. Annejet Fransen, geschiedenisstudent met een zwak voor verhalen uit Groningen, nam het initiatief om deze vertellingen op te schrijven. In een reeks van acht afleveringen krijg je een kijkje in het leven van kerkbeheerders.

---

Middenin Appingedam staat de imposante Nicolaïkerk. Ze kijkt vanaf de ene zijde uit over de jachthaven, aan de andere kant over het marktplein. Op zondagochtend schalt de klok in de toren over de stad en op vrijdagavond hoor je het carillonspel van de stadsbeiaardier Adolph Rots, maar meestal ligt het warmbruine godshuis erbij in vriendelijke stilte. Als Damsters trots zijn op deze plek, dan zijn het wel Jan en Gea Kolk, die de verhuur van de kerk verzorgen.

Gea hoort al haar hele leven bij de Nicolaïkerk en Jan vanaf zijn tiende. Ze zijn beiden kerkelijk betrokken opgevoed en deden haast vanzelfsprekend vrijwilligerswerk. Op een dag belde de toenmalige vrijwilliger, die werkloos was, naar de familie Kolk. Hij kon een baan krijgen, maar dan had hij geen tijd meer voor het verzorgen van de werkzaamheden in de naastgelegen Franse School. Gea Kolk vertelt: “‘Doen!’ zeiden we, ‘wij nemen het wel even over’.” Jan Kolk lacht. “Even.” Het is inmiddels al meer dan vijfentwintig jaar geleden.

Het echtpaar verzorgt de catering in zowel de kerk als de Franse School en coördineert bovendien alle evenementen die zich in de kerk afspelen: concerten, boekpresentaties, tentoonstellingen, lezingen, aardbevingsbijeenkomsten, een modeshow, whiskyproeverijen… “Tegenwoordig kan er heel veel”, zegt Jan. “…zolang het er ’s zondags maar weer picobello uitziet”, vult Gea aan. “Het kerkgebouw is van de protestantse gemeente, dus we kunnen als kerk zelf beslissen wat er daar plaatsvindt.” De diensten gaan daarom vóór.

Het echtpaar wordt bij evenementen bijgestaan door de koster, Harrie Wessels, en een groepje vrijwilligers. Dat zijn vaak gemeenteleden, hoewel dat niet per se hoeft. Gea: “Ze vinden het gewoon veel te mooi en vrijwilligers mogen het concert gratis bijwonen. We hebben iemand uit Armenië in onze gemeente, en toen er een Armeens koor een concert kwam geven wilde ze dat zó graag zien! Dan denk ik oké, kom maar, en ga maar koffie schenken in de pauze.” Jan trekt het breder: “Dat is de gemeenschap van Appingedam: je moet het van elkaar hebben.”

De wonderlijk geschilderde fresco’s van de Nicolaïkerk zijn op zichzelf al iets om te aanschouwen. Maar je kunt zelfs verder omhoog: er is een looppad van houten bruggen gebouwd dat over de gewelven van het middenschip voert. “Het middenschip is in de dertiende eeuw afgebouwd”, vertelt Gea Kolk. “Nu doen ze alles met computers en machines, maar toen hebben ze met de hand al die stenen naar boven gebracht.” Meneer Kolk grinnikt. “Ze hadden toen ook nog geen Arbo-wetten.”

De genegenheid die Jan en Gea Kolk voelen voor hun kerk is niet te kristalliseren in één herinnering. Jan is trots op het luisterrijke gebouw en de dienst die hij de gemeenschap kan bewijzen door zoveel verschillende dingen in de kerk te organiseren. “Als de organisatie en het publiek tevreden zijn, dan hebben wij ook een goede dag”, zegt hij eenvoudig. Gea heeft in gedachten een snoer van mooie momentopnames, aaneengeregen door de gemeenschapszin van de mensen om haar heen. “Ik heb prachtige concerten gezien, van de Matthäus-Passion kan ik bijvoorbeeld verschrikkelijk genieten. Ook zijn we hier getrouwd en we komen hier allerlei bekenden tegen.” Overigens zijn er ook tijdens de reguliere zondagsdiensten zulke bijzondere momenten. “We hebben een nieuwe organist, Vincent Hensen, en hij speelde tijdens de collecte laatst zo mooi! Iedereen is dan aan het praten, maar ik luisterde.”

De protestantse gemeente van Appingedam is zeer levendig. De kerkgang loopt weliswaar landelijk terug, maar de Nicolaïkerk is ’s zondags zeker niet leeg. Gea maakt zich nog niet teveel zorgen: “Elke generatie heeft wel kritiek en commentaar. Dat was hetzelfde toen onze kinderen jong waren, toen wij jong waren, en volgens mijn vader ook toen híj jong was.” Mensen gaan anders geloven, en dat is geen ramp.

Voor de kerkgemeenschap overstijgt de inhoud van het geloof de plaats van samenkomst. Jan Kolk: “Het gebouw maakt in principe niets uit.” Daar heeft zijn vrouw wel wat kanttekeningen bij. “Als ik in een boerenschuur moest kerken zou ik wel zeggen ‘nou, dit is niks’! Maar het gebouw is cultuurhistorisch belangrijker dan voor de kerk.” Dat bedoelde Jan ook: “We hebben het geërfd, dus dat houd je in stand. Zoiets bouw je niet weer.”

Tekst: Annejet Fransen
Beeld: Nico Schutte