Achtergrondverhaal: "Hoe fier staat de kerk"

Het vijfde verhaal: maak kennis met Francis Pothof, Marika Meijer en Rijmke Watsing van de kerk van Oosterwijtwerd.

Achtergrondverhaal:

In de voorbereidingen van het festival ontmoeten we vaak bijzondere personen: de mensen die de zorg voor de eeuwenoude kerken op zich hebben genomen met liefde en toewijding. Zij kennen ‘hun’ kerken van binnen en van buiten en kunnen er prachtig over vertellen. Annejet Fransen, geschiedenisstudent met een zwak voor verhalen uit Groningen, nam het initiatief om deze vertellingen op te schrijven. In een reeks van acht afleveringen krijg je een kijkje in het leven van kerkbeheerders.

---

“Ik was bij de kerk, en toen zaten daar zo een paar dames op ’n bankje”, vertelt de gepensioneerde koster van de Mariakerk, Rijmke Watsing. “Een half jaartje later kwam zij hier en ze kwam me bekend voor. ‘Ja, ik heb hier een huisje gekocht’, zei ze.” De dames op het bankje waren Marika Meijer en Francis Pothof, die respectievelijk in 2005 en 2007 naar Oosterwijtwerd verhuisden vanuit Nijmegen. De vrouwen, van katholieke huize, hebben zich sindsdien vol enthousiasme gestort op het levendig houden van hun geliefde kerkje.

Dat was een taak die meneer Watsing reeds lange tijd geleden op zich had genomen. Zijn vader was, naast zijn werk bij de boer, ook koster van de Mariakerk. “Ik ging mijn vader soms een beetje helpen en nadat hij was overleden ben ik hier gebleven.” Andere mensen hielden zich ook bezig met het onderhoud van de kerk, maar als ieder ander het af liet weten zorgde Watsing dat alles in orde bleef. “Voor de restauratie zei ik: ’t is wel oud, maar geen rotzooi.” Hij was degene die de preekstoel is de boenwas zette, en dagelijks wond hij met andere vrijwilligers het oude uurwerk op. Zijn toewijding is zowel onvoorwaardelijk als vanzelfsprekend.

Toen Meijer en Pothof in het dorp kwamen wonen vonden ze een goedwerkend maar rustig netwerk rond de kerk. Ze sloten zich aan bij de plaatselijke commissie van de Stichting Oude Groninger Kerken, en hun frisse blik bleek bij te dragen aan nieuwe belangstelling voor de Mariakerk. Mevrouw Pothof: “We zijn in opperste verwondering gevallen. De wierde is afgegraven, maar hoe fier staat de kerk nog!” Het godshuis, omlijst door vlammende goudessen, kijkt inderdaad bestendig uit over de weilanden. Binnen word je omgeven door donker hout, helderwitte wanden en een plafond van grijze planken. Met de glimmend zwarte kachel zorgt dat ervoor dat je je haast in een voorname woonkamer waant.

Mevrouw Meijer: “In achthonderd jaar hebben mensen hier om allerlei redenen toevlucht gezocht, het heeft stormen doorstaan.” Het interieur is vorig jaar gerestaureerd, terwijl het torentje al in 1983 en de buitenkant van het gebouw in de jaren negentig gerestaureerd werden. “Ik heb hier van alles meegemaakt!” zegt Watsing. Als elfjarig jochie schuilde hij met zijn familie achter de kerk voor Duits en Canadees geschut en toen hij ouder was luidde hij met de klok om middernacht de nieuwe jaren in. Toch zijn de dierbaarste herinneringen die aan de restauraties, toen zijn kerk weer bruikbaar werd.

Zoals elke middeleeuwse kerk is de Mariakerk van oorsprong rooms-katholiek – een bedevaartkerk zelfs. De Reformatie hakt haar achthonderdjarige geschiedenis exact in tweeën. “De kerk draagt tekenen van het gebruik door de jaren heen”, zegt Francis Pothof. Een nieuwe icoon verwijst naar de katholieke helft van de kerkhistorie: de Moeder Gods van de Tederheid prijkt bescheiden in het koor. Marika Meijer: “Het brengt iets van de geschiedenis terug. De kerk was vierhonderd jaar katholiek, vierhonderd jaar hervormd en is nu van iedereen.”

Dat is niets teveel gezegd. De kerk van Oosterwijtwerd is altijd open, en er staat altijd koffie en thee. “De hoofdfunctie is een plaats van gastvrijheid te zijn”, zegt Meijer. “Er komen toeristen en toevallige passanten, maar ook mensen uit het dorp. Je kunt hier onbespied op adem komen, mediteren, bidden, gewoon zijn.” Het risico van kwaadwilligen weegt volgens de vrouwen niet op tegen de weldadigheid van de plek. “Vertrouwen geven is vertrouwen krijgen”, zegt Pothof laconiek. “Er is weleens iets gebeurd, maar om een paar rotcenten gaan we de kerk niet sluiten.” Ook Watsing blijft niet graag hangen in het wangedrag van sommige mensen. “Zulk soort dingen moet je maar weer vergeten”, zegt hij schouderophalend. En over het zorgen voor de kerk: “Je doet ‘t, of je doet ’t niet.”

Tekst: Annejet Fransen
Beeld: Nico Schutte