Navigatie overslaan

Op ontdekkingstocht met Lieke van den Krommenacker - "De schoonheid van dichtbij"

23 juni, 2021
Tnhb 190621 16

Ook het tweede weekend was de vliegende fietstaxi van de partij! Deze keer verkende Marcel onze ontdekkingstochten met reporter Lieke van den Krommenacker. Samen toerden ze door ons festivalgebied: een prachtig verslag is het resultaat!

Tekst en foto's: Lieke van den Krommenacker

Het heeft iets vrolijk plechtigs, zoals Sven Figee – ook wel bekend als Sven Hammond – in het gras staat bij de keurig gesnoeide heg voor de Donatuskerk in Leermens. Grote verschijning, wit overhemd, een vriendelijke glimlach op zijn gezicht dat met een stevige baard is omgeven. Op een houten bord met ingekerfde letters, dat me onwillekeurig aan de bewegwijzering in een pretpark doet denken, valt te lezen dat de kerk waarin Figee zo meteen gaat optreden, stamt uit de elfde eeuw.

Schermafbeelding 2021 06 23 om 23 31 52

Niet zomaar een kerk dus, maar een van de oudste kerken van Noord-Nederland, gelegen op een wierde die weer is ontstaan op een kwelderwal aan de Fivelboesem.

Wie zou er niet van gaan glimlachen als-ie hier mocht spelen? ‘Een schitterende uithoek’, stelt Figee tevreden vast, voor hij begint aan een prelude van Bach.

Ze typeren Terug naar het begin, deze schitterende uithoeken, die een stuk minder uithoek zijn als je in Groningen woont. Leermens, Appingedam, Loppersum, Krewerd, Godlinze, de plaatsen die grofweg de route van vandaag markeren: ze liggen praktisch om de hoek. Juist dan is het gemakkelijk de schittering over het hoofd te zien, bedenk ik me, terwijl ik mijn ogen de kost geef en de prachtige gewelven en muurschilderingen ontwaar. De afgelopen jaren – en zeker de voorbije coronamaanden – is mijn blik onbewust en langzaam lui geworden, er is verzadiging geslopen in mijn kijken.

Fijn dus, zo’n festival dat me aandachtiger dan anders naar mijn vertrouwde omgeving laat kijken en bovendien de rest van mijn zintuigen op scherp zet. Het ruisen van de wind, het klinkt niet anders, niet mooier, dramatischer of wonderlijker, maar ik luister simpelweg beter, zo zittend in deze oude kerk, waar de poten van Figees hammondorgel mee lijken te dansen op de melodie van zijn bezield uitgevoerde blues.

Het belooft wat voor de rest van de dag, die ik deels doorbreng op de achterbank van de vliegende fietstaxi van chauffeur Marcel. Het tempo waarmee hij me in zijn met vlaggen en gekleurde lampjes versierde riksja van Leermens naar Appingedam brengt – waar ons Marike Jager wacht – contrasteert enigszins met de vertraging waartoe het landschap uitnodigt. We razen de mooiste boerderijen, boomgaarden, moestuinen en landgoederen voorbij, doen reigers opvliegen en zwaaien uitbundig naar bewoners en bezoekers die we passeren.

Zo halen we de haast in en komen ruim op tijd aan in Appingedam, waar Marcel me nog even naar het Metaheerhuisje rijdt, een ‘kijktip’ op onze route. Het Metaheerhuisje is een klein stenen gebouw met twee houten deuren dat in 1930 oorspronkelijke ‘lykenhuisje’ op de joodse begraafplaats heeft vervangen en nu dient als informatiepunt. In het stenen gebouw werden vroeger de overledenen ritueel gereinigd en klaargemaakt voor de begrafenis. Al lezend over de joodse gemeenschap in Appingedam, begint het me te dagen dat een dag vermoedelijk wat weinig is voor een festival als dit; door de vele, afwisselende routes, kijktips en aanlokkelijke pauzeplekken krijg ik zin om er een meerdaagse tocht van te maken en mijn tentje op te zetten op een van de kleine (boeren)campings die ik vanuit de fietstaxi voorbij zie komen.

Marike Jager wakkert mijn vakantiegevoel nog wat verder aan, met haar warme geluid en liedjes die een tikje melancholisch stemmen. Dat een deel van het repertoire van vandaag is geschreven in een lemen hut in het klooster waar ze woont en waar ze haar album The Silent Song opnam, maakt van de Nicolaikerk – een romanogotische hallenkerk, zo blijkt – een meer dan perfecte locatie voor haar optreden. Zo vanzelfsprekend als het lijkt, een festival met muziek, kunst en theater in al deze kerken van het Groninger wierdenlandschap, zo bijzonder komt het me ineens voor – eens temeer omdat het ’t eerste festival is dat ik bezoek na een stil en bij vlagen tamelijk lethargische pandemieperiode.

Hierdoor verkeer ik nog wat in een langgerekte mijmermodus, alsof ik nog niet helemaal wakker ben. Een toestand die de Iraanse pianiste Setareh Nafisi feilloos lijkt aan te voelen; ze speelt in de Petrus en Pauluskerk in Loppersum en nodigt haar publiek uit om plaats te nemen in de strandstoelen en kussens die verspreid over de grond in het koor van de kerk liggen. Via een koptelefoon neem ik de onbekende Oosterse en eclectische klankenmix van klassiek, jazz en elektronica in me op en, zoals veel vaker vandaag, droom ik weg bij het licht dat door het gekleurde glas naar binnen valt.

De volgende stop is een pauze, bij theetuin De Kosterij in Krewerd. Het idee van een pauze voelt enigszins onnozel op een luimige dag als deze, maar wat een verademing zijn de tuin en gastvrijheid van Willem en Saskia; het koppel trok zes weken geleden vanuit Kootwijkerbroek in de uit kloostermoppen opgetrokken kosterij uit 1764 (‘met minder scheuren dan onze boerderij in Kootwijkerbroek uit 1913’, aldus een verheugde Willem). De theetuin, die eerder pak ‘m beet honderd meter verderop lag, namen ze over van de vorige eigenaren. Bistrotafels vol ouderwets, gebloemd theeservies sieren de weelderige tuin, evenals een merkwaardig uitziend wc-hokje dat de poëziestoel van dichter Johan de Goede te zijn. Of, zoals hij het zelf noemt: een open-dicht-ruimte, waarin werk van hemzelf maar ook van dichters als Lerus Roelofs, Hans Andreus en Bert Schierbeek te horen is.

Een schot in de roos: de stoel is drukbezet en dus rest mij niets anders dan nog eens terug te komen. Sowieso is De Kosterij een plek om naar terug te keren. Prettige bijkomstigheid is dat Willem en Saskia, die vrij plots besloten te verhuizen nadat corona roet gooide in hun voortijds goedlopende handel in Italiaanse schoenen, hebben gezworen nooit meer uit Krewerd te vertrekken. ‘Ja, wij verhuizen nog één keer’, zegt Willem, ‘honderd meter die kant op, daar ligt het kerkhof.’ Toegegeven, er zijn slechtere plekken om de zon voor eeuwig te zien ondergaan. Willem lacht en schenkt de laatste kopjes thee in, alvorens hij Het laatste rondje van André Hazes op luid volume uit de luidsprekers laat schallen en zijn Saskia ten dans vraagt.

Wij maken ons op voor onze laatste twee stops: de installatie In a window of a few minutes van Sarah Janssen in het Mariakerkje van Krewerd – pal tegenover De Kosterij – en het optreden waar ik als fervent lezer al de hele dag naar uitkijk: een lezing van schrijver Marijke Schermer in de Pancratiuskerk in Godlinze.

Maar eerst Sarah Janssen dus. Zij liet zich inspireren door de hagioscoop, een klein raam met zicht op het altaar dat in veel middeleeuwse kerken te vinden is en gelovigen met een besmettelijke ziekte van buiten de kerk zicht bood op de diensten. Met behulp van een filmprojector laat Jansen een bijzonder fraai licht schijnen op een doodgewoon natuurlijk verschijnsel; fluitenkruid dat wappert in de wind. Wonderschoon in eenvoud is het.

Tnhb 190621 19

Niet veel later spreekt Marijke Schermer vanaf de preekstoel over een ander en wonderlijk complex natuurverschijnsel: de liefde, naar aanleiding van haar roman Liefde, als dat het is; ‘een speurtocht naar wat het is en hoe het moet: samenzijn, een individu zijn in het collectief van een gezin, leven buiten het gebeitelde verband’, vertelt de tekst op de achterflap.

Schermer leest een passage voor die me de hele terugweg naar huis zal bijblijven, over ontzag voor de ander, het begin van elke liefde, en over het na verloop van tijd afbrokkelen daarvan.

Je verliest de afstand tot de ander; je verliest je blik op die ander; je verliest je ontzag voor de ander; en er ontstaat een nieuwe afstand tot de ander, maar die is heel anders van aard, er is geen vrije ruimte meer om elkaar in te ontmoeten, overal zijn regels en gebruiken, wetten en verwachtingen. De afstand is nu een afgrond, het is een geheim of het is de leegte in jezelf die de ander niet opgelost heeft. Het is een ravijn dat je negeert of steeds opnieuw dichtgooit met bezweringen, geruststellingen, grensgevechten, een tweede denkspoor, stiekeme verslavingen.

Opnieuw denk ik: wat zo mooi dichtbij is, is gemakkelijk uit het oog te verliezen. Een liefde, een landschap. Het landschap dat de liefde is. Maar misschien, heel misschien, kunnen we nog terugkeren, terug naar het begin.